BEWONERS

‘Ik vind het goed dat hier in het rusthuis activiteiten worden gedaan met de leerlingen van de 5-sprong. Het is natuurlijk gemakkelijk dat de school zo dichtbij is. Zo kunnen kinderen regelmatig op bezoek komen en is het ook voor ons interessant om eens naar de school zelf te gaan.’

 

‘Ik kom naar alle activiteiten met de leerlingen, maar het liefst van al doe ik mee met de activiteiten van de al wat oudere leerlingen. Zo komen we regelmatig in contact met de kinderen van het zesde leerjaar. Ik moet zeggen: die leeftijd ligt mij het best. Met deze leerlingen kan je een gesprek aangaan. Tijdens deze momenten praten we over uiteenlopende onderwerpen. Wij kunnen onze ervaringen meegeven over vroeger (vb. de school van vroeger, bijnamen, enzovoort), maar tegelijk leren we ook veel van de kinderen. Zij werken in de klas met de computer. Daar was in onze tijd nog geen sprake van. Ik ervaar wederzijds respect, en de kleine groepjes zorgen voor een intens contact. Natuurlijk zijn er kinderen die actiever meedoen dan anderen, maar dat geldt ook voor ons. De ene zegt al wat meer dan de andere. Zo is er een leerling in de zesde klas die de kleinzoon is van een medebewoner op de afdelig waar ik verblijf. Hij sprak mij aan in de klas en zei dat hij mij ergens van kende. Je ziet: de drempel naar contact wordt kleiner.’

 

‘Ik kom naar de meeste activiteiten. Ook naar het turnen met de kleuters. Hier ligt de nadruk meer op het speelse en minder op het praten met elkaar. Ik vind het belangrijk dat kleuters ook al kennismaken met ons en met het rusthuis. Zo bouwen ze vertrouwen op, wat trouwens de basis is om later zelf leuke relaties te kunnen opbouwen. Meedoen met het kleuterturnen doe ik dus in de eerste plaats voor de kleuters zelf. Als ik deelneem aan activiteiten met de leerlingen van het zesde leerjaar, dan heeft dit ook voor mijzelf een onderliggende betekenis en diepe waarde!’

 

‘De activiteiten met de leerlingen van de 5-sprong spreken mij enorm aan. Ik vind het alleen jammer dat ik, gezien mijn beperkte mobiliteit, niet altijd aan de activiteiten kan deelnemen. Komen de kinderen in het RVT, dan ben ik zeker aanwezig. Is er een verplaatsing naar de school, dan moet ik spijtig genoeg passen.’

 

‘Het maakt me niet uit met welke kinderen ik in contact kom: de kleuters, de kinderen van de lagere school, elkeen heeft zijn charme. Doordat ik echter niet kan deelnemen aan alle activiteiten met de kinderen, ervaar ik wel dat het soms moeilijk is om een hechte relatie op te bouwen met de kinderen. Wat ik wel ervaar, is dat de manier van kijken bij de leerlingen naar ons ‘oude mensen’ verandert. Vroeger waren wij oude mannen en vrouwen waar kinderen niet spontaan naartoe trokken. Nu hebben ze respect voor ons. Ze bekijken ons niet meer als die ouderling, maar als iemand met wie ze samen kunnen babbelen, een activiteit kunnen doen, ja, zelfs vriend kunnen zijn. En wij zien de kinderen niet langer als ‘lastposten’’

 

‘Wij zien de kinderen ook evolueren tijdens hun schoolcarrière. De kinderen van het zesde leerjaar kennen ons goed. Ze noemen ons bij onze naam, zetten onze stoel klaar, begeleiden ons naar een activiteit... Dit zouden ze allicht niet doen mochten we niet frequent samen zijn. Wij kijken nu ook anders naar kinderen. Wij zagen die vroeger nogal eens als ‘lastposten’, maar nu, door deze samenwerking, zien we dat kinderen meer zijn dan ‘lastposten’. Het zijn vrienden waarmee we samen leuke dingen kunnen doen.’

 

“Ik ben maar klein, maar in naam van alle bewoners met een groot hart willen we iedereen danken omdat jullie ons zo een mooie week hebben bezorgd. We zien er allemaal jonger uit. Het doet deugd dat we zo dikwijls contact hebben met zoveel jonge mensen.”


 

Inloggen

Aanmelden

Login *
Wachtwoord *
Onthoud Mij